Europa 2020: documenten

Met haar mededeling van 3 maart 2010 gaf de Europese Commissie het startsein voor de Europa 2020-strategie. De Europa 2020-strategie is de opvolger van de Lissabonstrategie, die afliep in 2010. De nieuwe strategie van de Europese Unie voor jobs en slimme, duurzame en inclusie groei zal Europa helpen de crisis te boven te komen en de Europese economie voorbereiden op de komende 10 jaar.

De Europa 2020-strategie is gebaseerd op drie samenhangende en elkaar versterkende prioriteiten: slimme groei – voor een economie op basis van kennis en innovatie; duurzame groei – voor een koolstofarme, concurrerende economie waarin zuinig wordt omgesprongen met hulpbronnen; en groei voor iedereen – voor een economie met veel werkgelegenheid en sociale en territoriale cohesie.

De nieuwe strategie is dus toegespitst op de gebieden waar actie nodig is: kennis en innovatie, een duurzamere economie, een hoge werkgelegenheid en sociale insluiting. Op de Europese Raad van 25 en 26 maart 2010 hebben de staatshoofden en regeringsleiders overeenstemming bereikt over de 5 EU-kerndoelen ter bevordering van de arbeidsparticipatie, betere voorwaarden voor innovatie, onderzoek en ontwikkeling, verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen, verhoging van de onderwijsniveaus en bevordering van sociale insluiting, met name door armoedereductie.

De Lenteraad bereikte een akkoord over de erbij horende richtcijfers met uitzondering van de armoede –en onderwijsdoelstellingen. Voor deze laatste 2 doelstellingen werden de richtcijfers pas op de Europese Raad van 17 juni 2010 definitief bepaald. De EU-kerndoelen worden als volgt gekwantificeerd:

  • 75% van de bevolking tussen 20-64 jaar moet werk hebben;
  • 3% van het EU-BBP moet worden geïnvesteerd in O&O;
  • de “20/20/20″-klimaat- en energiedoelstellingen moeten worden gehaald;
  • het percentage voortijdige schoolverlaters moet lager zijn dan 10% en minstens 40% van de jongere generatie (30-34 jarigen) moet een titel of hogeronderwijsdiploma hebben;
  • het aantal mensen voor wie armoede of sociale uitsluiting dreigt moet met 20 miljoen dalen.

Dit zijn de leidende doelstellingen voor maatregelen van de lidstaten én van de Unie. Er wordt dan ook over ‘gedeelde doelstellingen’ gesproken. Aan de hand van de streefcijfers zullen de vorderingen ten aanzien van de doelstellingen kunnen worden getoetst.

De Europese Commissie stelde ook 7 vlaggenschepen (“flagship initiatives”) voor die als katalysator moeten dienen om vooruitgang te boeken in ieder prioritair thema (slimme, duurzame en inclusieve groei). De vlaggenschepen vergen acties zowel op nationaal niveau, als op niveau van de Europese Unie:

  • Innovatie-Unie moet de randvoorwaarden en de toegang tot financiering voor onderzoek en innovatie verbeteren, zodat innovatieve ideeën worden omgezet in producten en diensten die groei en banen opleveren;
  • Jongeren in beweging moet de resultaten in het onderwijs verbeteren en jongeren gemakkelijker toegang tot de arbeidsmarkt bieden;
  • Een digitale agenda voor Europa moet de aanleg van supersnel internet bespoedigen en burgers en bedrijfsleven laten profiteren van een digitale interne markt;
  • Efficiënt gebruik van hulpbronnen moet helpen economische groei los te koppelen van het gebruik van hulpbronnen, de overgang naar een koolstofarme economie te bevorderen, het gebruik van hernieuwbare energie op te voeren, de vervoersector te moderniseren en energie-efficiëntie te bevorderen;
  • Industriebeleid in een tijd van mondialisering moet het ondernemingsklimaat verbeteren, met name voor kmo’s, en zorgen voor een sterke en duurzame industriële basis die de mondiale concurrentie aankan;
  • Een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen moet de arbeidsmarkten moderniseren en de mensen meer kansen geven door een leven lang leren mogelijk te maken, zodat de participatiegraad toeneemt en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar worden afgestemd, onder meer dankzij een grotere arbeidsmobiliteit;
  • Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting moet de sociale en territoriale cohesie versterken zodat iedereen kan delen in de groei en de werkgelegenheid, en mensen die met armoede en sociale uitsluiting te kampen hebben, een menswaardig bestaan kunnen opbouwen en actief kunnen deelnemen aan de samenleving.

In tegenstelling tot de Lissabonstrategie is de Europa 2020-strategie niet gebaseerd op het ‘one-size-fits-all’ principe. De Europa 2020-strategie houdt rekening met de respectievelijke startpositie en de nationale omstandigheden in de lidstaten. Daarom hebben lidstaten de 5 kerndoelstellingen vertaald naar nationale doelstellingen. In een nationaal hervormingsprogramma (NHP) beschrijven de lidstaten de maatregelen die ze zullen ondernemen om de strategie uit te voeren en de nationale doelstellingen te behalen.

De Europa 2020 strategie kreeg ook een krachtiger governancekader mee om de strategie snel en efficiënt te kunnen uitvoeren. De nieuwe governance omvat o.m. een versterkt toezicht op EU-niveau van de macro-economische ontwikkelingen, gecombineerd met een thematische benadering om structurele hervormingen te versnellen.

De Europese Raad krijgt een sturende rol. Eenmaal per jaar zal ze op basis van de monitoring van de Europese Commissie en het werk in de raad een algehele evaluatie maken van de vorderingen, zowel op niveau van de unie als op niveau van de lidstaten.

Het sleutelelement van de versterkte governance is de introductie van een “Europees Semester”. Het Europees Semester is een jaarlijks terugkerende beleidscyclus van 6 maanden,  die telkens in januari een aanvang neemt met de Annual Growth Survey (AGS) of ‘jaarlijkse groeianalyse’ van de Europese Commissie.

Schematisch overzicht van het Europees semester

In de  AGS  richt de Europese Commissie zich op een geïntegreerde aanpak van het economisch herstel met 10 prioritaire acties voor de korte termijn:

  1. Rigoureuze begrotingsconsolidatie;
  2. Corrigeren  van macro-economische onevenwichtigheden;
  3. Toezien op de stabiliteit van de financiële sector;
  4. Werk aantrekkelijker maken;
  5. Hervorming van de pensioenstelsels;
  6. Werklozen weer aan het werk krijgen;
  7. Zorgen voor een evenwicht tussen veiligheid en flexibiliteit (in de arbeidsmarkt);
  8. Het potentieel van de eengemaakte markt ten volle benutten;
  9. Particulier kapitaal aantrekken om de groei te financieren;
  10. Zorgen voor toegang tot energie tegen een schappelijke prijs.

Op de Europese Raad van 11 maart 2011, schaarden de lidstaten van de Eurozone zich achter een Pact voor de euro. De lidstaten van de Eurozone hebben afgesproken alle noodzakelijke maatregelen te nemen om de volgende 4 doelstellingen te realiseren:

  1. het verbeteren van het concurrentievermogen,
  2. het stimuleren van de werkgelegenheid,
  3. het verder bijdragen tot de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en
  4. het versterken van de financiële stabiliteit.

In de Annual Growth Survey en het Pact voor de Euro blijken duidelijk de klemtonen die de EU legt voor acties op de korte termijn, en die ook in de nationale hervormingsprogramma’s en stabiliteitsprogramma’s moeten weerspiegeld worden.

In het kader van het Europees Semester moeten de lidstaten elk jaar in april hun nationale hervormingsprogramma’s en stabiliteitsprogramma’s gelijktijdig aan de Europese Commissie overmaken. De 10 geïntegreerde richtsnoeren vormen het kader voor de uitvoering van de Europa 2020-strategie en de hervormingen op lidstaatniveau. De richtsnoeren zijn ook de grondslag voor landenspecifieke aanbevelingen die de Raad in juli tot de lidstaten kan richten.