Economie

Blikvangers

  • In 2020 bedraagt de Vlaamse uitvoer naar snelgroeiende markten minstens 10% van de totale uitvoer.
  • In 2014 besteedt Vlaanderen 3% van zijn BBP aan O&O.
  • In 2020 realiseren we minder dan 5% verliesuren op de hoofdwegen door beter gebruik van spoor en binnenvaart.
  • In 2020 maakt Vlaanderen aanzienlijk meer gebruik van alternatieve energiebronnen.

3. Internationalisering

Doelstelling Eenmeting 2011
Vlaanderen herwint tegen 2020 zijn in de afgelopen tien jaar verloren aandeel in de wereldexportmarkt en exploreert in veel sterkere mate dan vandaag onbenut potentieel op het vlak van internationalisatie (zowel in goederen als in diensten).
Vlaamse marktaandeel in snel groeiende markten (2008): negatieve evolutie
Dalend relatief aandeel Vlaamse uit- en invoer naar EU15 en EU27 (2009): positieve evolutie
Aandeel high-tech in Vlaamse uitvoer (2008): status quo
Het aantal buitenlandse directe investeringen in het Vlaamse Gewest neemt toe, evenals het ermee gepaard gaande investeringsbedrag.
Buitenlandse directe investeringen (2009): status quo
Tegen 2020 neemt het aantal exporterende bedrijven toe, het aantal exporterende kmo’s verdubbelt (tegenover 2007).
Aantal exporterende bedrijven (2009): negatieve evolutie
Het aandeel van de totale Vlaamse uitvoer naar snelgroeiende markten groeit tegen 2020 tot 10%.
Aandeel Vlaamse goederenuitvoer naar snelgroeiende markten (2009): positieve evolutie
Status quo
= status quo
Positieve evolutie
= positieve evolutie
Negatieve evolutie
= negatieve evolutie
Nulmeting
= nulmeting

Het groeiende belang van de nieuwe groei-economieën weerspiegelt zich in het afzetpatroon van de Vlaamse bedrijven, maar ze slagen er nog niet in om hun marktaandeel in de handel van die landen te verhogen. Ze blijven ook te veel steken in halffabricaten en exporteren te weinig high-techproducten en kennisintensieve diensten met hoge toegevoegde waarde. De attractiviteit van Vlaanderen voor buitenlandse investeringen staat onder druk en stijgt in 2009 niet.

4. Innovatie

Doelstelling Eenmeting 2011
Vanuit een oogpunt van economische en maatschappelijke valorisatie besteedt Vlaanderen tegen 2014 3% van zijn BBP aan O&O. Het aandeel groeit verder na 2014.
O&O-bestedingen in % van het BBP (2007): status quo
Dat uit zich in een verdubbeling (vanaf 2007) van de omzet uit nieuwe of verbeterde producten en diensten, een hogere vertegenwoordiging van de speerpuntdomeinen, zoals ICT en gezondheidszorg, logistiek en een slim elektriciteitsnetwerk en een hoger aandeel werkenden in kennisintensieve sectoren tot op een gelijk niveau als de Europese topregio’s.
Omzet nieuwe of verbeterde producten of diensten (2007): status quo
Werkenden in medium- en hoogtechnologische industrie en diensten als percentage van de totale actieve bevolking: vergelijking met topregio's (2007): status quo
Gezondheidszorg en logistiek (2008/2009): positieve evolutie
Ook het aantal patentaanvragen stijgt jaar op jaar.
EPO, USPTO en PCT-octrooien (2007): status quo
Innovatie wordt meer en beter verspreid over alle sectoren, bedrijfstypes en maatschappelijke geledingen, mede met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling. De overheidssteun voor eco-innovatie staat tegen 2020 op het niveau van de top vijf van de Europese regio’s.
Aandeel innoverende bedrijven volgens bedrijfssector en bedrijfsgrootte (2007): status quo
Aandeel innoverende bedrijven: vergelijking met EU27 (2009): positieve evolutie
Status quo
= status quo
Positieve evolutie
= positieve evolutie
Negatieve evolutie
= negatieve evolutie
Nulmeting
= nulmeting

Door de crisis staan de uitgaven voor O&O onder druk. Vlaamse ondernemingen hebben een innovatief karakter, in alle sectoren en voor alle bedrijfsgrootten. Internationaal scoren ze ook goed. De speerpuntsectoren doen het goed: ze zijn nog klein, maar verstevigen langzaam hun positie.

5. Ondernemerschap

Doelstelling Eenmeting 2011
Tegen 2020 kent Vlaanderen een sterke ondernemerscultuur, stijgt het ondernemerschap en de waardering ervoor aanzienlijk, alsook het aantal ondernemingen in het Vlaamse Gewest, zodat we even goed scoren als de top vijf van de Europese regio’s. Jonge starters worden aangemoedigd zodat de oprichtingsratio stijgt. Het ondernemerschap bij vrouwen, allochtonen en ouderen neemt toe tot een niveau dat evenredig is met hun aanwezigheid in de maatschappij.
Zelfstandigen in de beroepsbevolking: status quo
Aandeel vrouwelijke en oudere ondernemers: status quo
Aandeel niet-Belgische zelfstandigen: positieve evolutie
In 2020 is er meer doorgroei van bestaande ondernemingen
Oprichtingsratio (2010): status quo
Netto-groei, faillissement- en stopzettingratio, turbulentie (2010): status quo
Employer firm birth rate: status quo
Employer death rate: status quo
Aantal ondernemingen: positieve evolutie
Overlevingsgraad starters: status quo
Aandeel overlevers na 3 en 5 jaar: positieve evolutie
In Vlaanderen zullen er belangrijke planningsinspanningen moeten gebeuren om de langetermijnvraag naar bedrijventerreinen te kunnen invullen. De ruimte die hiervoor nodig is, zal wetenschappelijk bepaald worden in het kader van het RSV-2020. Een economisch activeringsbeleid en de filosofie van de ijzeren voorraad dienen tegen 2020 het aantal effectief bruikbare bedrijventerreinen te verhogen tot minimaal 95% van het totale aantal bestemde bedrijventerreinen.
In 2020 heeft Vlaanderen een performante landbouw die de vergelijking kan doorstaan met de Europese landbouweconomische topregio’s. Tegen 2020 zal in Vlaanderen het landbouwareaal uit het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen juridisch verankerd zijn met het oog op rechtszekerheid inzake exploitatie.
Toegevoegde waarde per bedrijf en per arbeidskracht: vergelijking met EU27 (2007): status quo
Status quo
= status quo
Positieve evolutie
= positieve evolutie
Negatieve evolutie
= negatieve evolutie
Nulmeting
= nulmeting

Tijdens de crisisperiode steeg het aantal ondernemingen nog lichtjes. Het geboortecijfer en het sterftecijfer van ondernemingen zijn gevoelig voor de economische conjunctuur, maar kunnen zich vrij snel herstellen. Het aandeel van overlevende starters na drie jaar en na vijf jaar stijgt. Ook het aantal zelfstandigen kent een stijgende trend en hun aandeel in de beroepsbevolking ligt rond het Europese gemiddelde. De kansengroepen zijn minder vertegenwoordigd bij de zelfstandige ondernemers dan in de bevolking, met uitzondering van de niet-Belgen.

6. Logistiek en ondernemerschap

Doelstelling Eenmeting 2011
De economische poorten zijn in 2020 vlot bereikbaar via de verschillende transportmodi (weg, spoor, water of lucht) en via de verschillende transportdragers (zowel privaat als openbaar vervoer). Hiermee realiseren we in 2020 minder dan 5% verliesuren (op het totaal aantal gereden voertuiguren) op de hoofdwegen en beperken we de milieu-impact van het goederen- en personenvervoer.
Aandeel verliesuren op het hoofdwegennet (2010), lacunes in meting: status quo
Bereikbaarheid economische poorten via openbaar vervoer (2009): nulmeting
Emissies (CO2, NOx, NMVOS en PM2,5) door het goederen- en personenvervoer (2009): positieve evolutie
Hiertoe worden tegen 2020 missing links in het transportnetwerk (op de weg, water en het spoor) van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen weggewerkt.
Weggewerkte missing links (2010): status quo
De vervoersstromen worden in 2020 dynamisch beheerd teneinde de beschikbare infrastructuur optimaal te gebruiken.
Uitgerust met dynamisch verkeersmanagementsysteem (DVM): nulmeting
Om logistieke activiteiten in 2020 maximaal te valoriseren, trekken we logistieke spelers aan die ten volle toegevoegde waarde en werkgelegenheid creëren.
Aandeel logistieke sector in werkgelegenheid en bruto toegevoegde waarde, totaal en per miljard tkm. (2008): positieve evolutie
Status quo
= status quo
Positieve evolutie
= positieve evolutie
Negatieve evolutie
= negatieve evolutie
Nulmeting
= nulmeting

De verkeerscongestie is vooral problematisch rond de economische knooppunten. De plannen voor de aanpassing van infrastructuur en beheer zijn nog niet voldoende gerealiseerd om meetbaar positieve effecten te kunnen hebben op de verkeerscongestie. De logistieke sector heeft wel gezorgd voor meer toegevoegde waarde, maar nog niet voor extra jobs. De milieueffecten van het transport evolueren gunstig, ook voor de emissies van broeikasgassen, die – waarschijnlijk onder het effect van de crisis – zijn afgenomen.

7. Energie

Doelstelling Eenmeting 2011
Vlaanderen heeft in 2020 substantiële vorderingen gemaakt met het oog op een stabiele toegang tot energie. Dat komt de bevoorradingszekerheid en de competitiviteit van de prijzen ten goede.
Lokale energieproductie in de totale Vlaamse energievraag (2009): positieve evolutie
Afhankelijkheid import: positieve evolutie
Frequentie en duur van stroom- en gasonderbrekingen: positieve evolutie
Evolutie van elektriciteit- en aardgasprijzen: status quo
Hiertoe worden enerzijds efficiëntiewinsten geboekt om de elektriciteitsvraag te beperken. Daardoor en in overeenstemming met de Europees aangegane verbintenissen, is tegen 2020 de energie-efficiëntie gestegen, en dienovereenkomstig het (relatieve) energiegebruik gedaald. Zodoende is de CO2-emissie tegen 2020 gedaald overeenkomstig de Europese aangegane verbintenissen.
Energiegebruik per sector en energie-intensiteit (2009): positieve evolutie
Anderzijds wordt de productiecapaciteit voor elektriciteit uitgebreid tegen 2020, o.a. door het betrekken van voldoende spelers, waarbij het aandeel elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve WKK aanzienlijk stijgt, zoals in Vlaanderen vereist zal zijn in uitvoering van de Europese richtlijn hernieuwbare energie.
Concentratiegraad in elektriciteit- en aardgasmarkt (2009): status quo
Concentratiegraad op het vlak van elektriciteitsproductie: nulmeting
Aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en WKK (2009): positieve evolutie
Elektriciteitslevering per speler: positieve evolutie
Aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in finaal energiegebruik: positieve evolutie
Het elektriciteitsnet wordt tegen 2020 omgevormd tot een internationaal goed geïnterconnecteerd en slim net waarop decentrale productie-eenheden en nieuwe toepassingen kunnen worden gekoppeld.
Status quo
= status quo
Positieve evolutie
= positieve evolutie
Negatieve evolutie
= negatieve evolutie
Nulmeting
= nulmeting

Vlaanderen blijft door zijn relatief hoge energieverbruik in een zwakke positie staan omdat het afhankelijk is van enkele grote verdelers voor de invoer en distributie. Bovendien is nog een te beperkt aandeel van de productie afkomstig van hernieuwbare energiebronnen. Vlaanderen wordt wel energie-efficiënter.

8. Eco-efficiëntie

Doelstelling Eenmeting 2011
Een verdere ontkoppeling van economische groei en het geheel van emissies en afvalproductie is in 2020 gerealiseerd door een gestaag stijgende materiaal- en energie-efficiëntie in de verschillende maatschappelijke sectoren.
BBP ten opzichte van DMI (2008): status quo
BBP ten opzichte van EMC (2008): positieve evolutie
Eco-efficiëntie globaal en per sector (2009): positieve evolutie
De plaatsing van dak- of zoldervloerisolatie, de vervanging van enkel glas en inefficiënte verwarmingsinstallaties en innovaties in de sector zorgen er tegen 2020 onder andere voor dat het energiegebruik van het gebouwenpark aanzienlijk daalt.
Energiegebruik gebouwenpark (2009): status quo
Tegen 2020 beantwoorden nieuwbouwwoningen aan de optimale energieprestatienorm.
Spreiding van het gerealiseerde E-peil bij nieuwbouwwoningen (2009): positieve evolutie
Vlaanderen slaagt er in 2020 in om het potentieel aan economische activiteiten en werkgelegenheid dat uit deze beleidsopties voortvloeit, in het bijzonder ook in de hernieuwbare energiesector, zoveel mogelijk te realiseren.
Omzet, werkgelegenheid, export en aantal starters in hernieuwbare sector (2008): nulmeting
Status quo
= status quo
Positieve evolutie
= positieve evolutie
Negatieve evolutie
= negatieve evolutie
Nulmeting
= nulmeting

Voor heel wat parameters zijn de emissies en afvalproductie niet meer afhankelijk van de economische groei. Dat geldt ook voor de individuele sectoren van de huishoudens, de industrie en de energiesector. Het energiegebruik van het gebouwenpark daalt echter niet, ondanks de vele energiebesparende maatregelen. De energieprestatienormen hebben wel een effect bij onder andere de nieuwbouwwoningen.

Reageer

2 Reacties

  1. Vlaanderen in Actie zegt

    ‘@Geert Bellens:

    De Vlaamse Regering is al bezig om de eigen regelgeving stelselmatig te verstrengen. Ze heeft een decreet voorgesteld waarin de maximale energieprestatienorm voor nieuwbouwwoningen vanaf 2012 op E70 wordt gelegd en vanaf 2014 op E60.

    Ze doet dat omdat Europa in 2010 een heel ambitieuze richtlijn heeft voorgesteld voor nieuwbouwwoningen. Het verplicht de lidstaten om tegen 2021 enkel nog vergunningen uit te reiken voor nieuwe gebouwen als die (bijna) energieneutraal zijn. Samen met diverse instanties zal de Vlaamse overheid bepalen aan welk E-peil zo’n energieneutrale woning moet beantwoorden, en dat vervolgens voorleggen aan de Europese Commissie.

    Op het moment dat het Pact 2020 is opgesteld, kon men nog niet bepalen welke energieprestatienorm de meest kostenoptimale norm zou zijn. Daarvoor moeten eerst enkele studies uitgevoerd worden. Als daaruit zou blijken dat bijvoorbeeld een E-peil van 40 de kostenoptimale energieprestatienorm zou zijn, dan zullen in 2020 alle nieuwbouwwoningen aan die norm moeten voldoen. Het is belangrijk om de norm te onderbouwen met studies om te voorkomen dat een te ambitieuze doelstelling niet haalbaar zou zijn in Vlaanderen of de bouwkosten te sterk zou opdrijven.

  2. Geert Bellens BestBuildingConcept zegt

    Ik vind de ambitie onder p8 “Eco-efficientie”, om tegen 2020 alle nieuwbouwwoningen de optimale energieprestatienorm te laten behalen, een vreemde ambitie. De ambitie is dus om te zorgen dat bouwers zich aan de wet houden. Wat me wel logisch lijkt.

    Het percentage dat zich nu niet aan de wet houdt is al vrij klein (0,26%) want wie het verplichte E-peil niet bereikt zal zijn EPB verslaggever wel met punten en komma’s laten werken, zodat het E-peil net gehaald wordt.

    Waarom geen ambitie vooropstellen dat het E-peil per 5 jaar bijvoorbeeld 10 of 20 punten daalt ?

    Of een ambitie om tegen 2020 het totale energieverbruik van alle woningen en gebouwen met x % te laten zakken ?