Atelier solidariteit

Het is hoog tijd dat het armoedeprobleem in Vlaanderen ernstig wordt aangepakt, en dat kan enkel door meer samenwerking en een geïntegreerde aanpak. Dat was de conclusie van de 200 deelnemers aan het atelier ‘Solidariteit tegen armoede en sociale uitsluiting’ op 27 april 2009.

Experte Danielle Dierckx pakte uit met enkele verbijsterende cijfers. Elf procent van de Vlamingen leeft in armoede, bij de alleenstaande ouders is dat 24% en bij Turkse en Marokkaanse gezinnen maar liefst 59% en 55%.  “Onthutsend dat zoiets kan in een welgestelde regio als de onze”, vindt Dierckx. “Het wordt dan ook dringend tijd dat de armoedeproblematiek hoog op de politieke agenda komt.”

Ze benadrukte ook dat armoede meer is dan enkel inkomensarmoede. Armoede is uitsluiting op allerlei terreinen en het is belangrijk om de problemen in elk domein specifiek aan te pakken.

Sterk signaal

Uit het aansluitende debat met de Vlaamse ministers bleek dat de bereidheid alleszins groot is om het armoedeprobleem aan te pakken. De Vlaamse minister van Welzijn pleitte ervoor om elk beleidsdomein in te schakelen in de strijd tegen armoede. De minister-president zou dan kunnen optreden als de coördinerende minister voor armoede.

In vier workshops werd in een open sfeer van gedachten gewisseld over mogelijke oplossingen voor het complexe armoedeprobleem. De aanwezigheid van zowel mensen uit de bedrijfswereld als mensen uit de armoedesector en ervaringsdeskundigen zorgde daarbij voor een interessante kruisbestuiving.

Karel Bollen van RIMO Limburg vond het belangrijk om een bijdrage te leveren aan het denkwerk rond ViA. “De aanwezigheid van de Vlaamse ministers bewijst ook het belang van dergelijke initiatieven. Dat vind ik echt een sterk signaal.” Patrick Van Buggenhout van de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders was er dan weer vooral om te luisteren. “Ik heb vandaag mijn oren open gezet en enorm veel bijgeleerd dat zeker van pas zal komen bij mijn dagelijkse werk.”

Hoogste prioriteit voor armoedeprobleem

In het plenum werden de conclusies van de afzonderlijke workshops aan alle aanwezigen voorgesteld. De rode draad doorheen de voorgestelde doorbraken was de nadruk op samenwerking en een geïntegreerd plan. “We moeten af van het projectmatig werken”, zei Bruno Buytaert. “We gaan er niet komen met een jaartje inzetten op het armoedeprobleem, we moeten werkelijk op lange termijn denken.”

De deelnemers zagen de aanpak van het armoedeprobleem vooral als een en-en-verhaal. Niet enkel financiële bijstand dus, maar ook investeren in gezondheid, cultuur, wonen en onderwijs.

De minister-president benadrukte in zijn afsluitende toespraak het belang van meer samenwerking tussen academici, beleid en ervaringsdeskundigen. Hij besloot dat armoede voor hem de hoogste prioriteit krijgt. “Enkel dan kunnen we onszelf een topregio noemen in Europa.”

Reageer

Nog geen reacties